Studie over journalistieke Twitter netwerken gepubliceerd in Social Science Computer Review

(An English abstract can be found here)

Twitter is voor velen een belangrijke bron voor informatie. Of het nu gaat over de nieuw gekochte jurk door een vriendin, een getweete selfie in het stemhokje of het laatste nieuws over een politieke rel, Twitter is bij uitstek een platform dat de verspreiding van dit type uitingen faciliteert. Ook journalisten gebruiken Twitter veelvuldig, niet alleen om berichten te verspreiden maar ook om op het spoor gebracht te worden van bronnen, of zich te oriënteren op waar collega’s mee bezig zijn.

Motieven voor het gebruik van Twitter

Onderzoek van een aantal jaren terug onder naar Nederlandse journalisten in 2010 door Hermans Vergeer en Pleiter (2011) toonde al aan dat Twitter niet te negeren functies heeft in het dagelijkse journalistieke werk. Vooral dat veel journalisten Twitter gebruiken om ook op de hoogte te blijven van waar collega’s mee bezig zijn en om hun netwerk te vergroten valt op (zie tabel).

motives

Ondanks de wetenschappelijke belangstelling voor Twitter in de journalistiek zijn er tot op heden weinig studies naar de journalistieke netwerken uitgevoerd. Peter Verweij’s bijdrage aan De Nieuwe Reporter is één van de weinigen (zie ook zijn studie in Journalism Practice). In mijn studie, recentelijk gepubliceerd in Social Science Computer Review, wordt het volggedrag van 2152 journalisten geanalyseerd om inzicht te krijgen in de structuur van deze online sociale netwerken door middel van sociale netwerkanalyse.

Netwerkstructuren: Journalistieke gemeenschappen op Twitter

Omdat sociale netwerken snel in complexiteit kunnen toenemen en daarmee onoverzichtelijk worden overzien wij vaak niet welke structuren zich verbergen in deze netwerken. Door met behulp van algoritmen naar sterk onderling verbonden verzamelingen van journalisten te zoeken kunnen deze structuren (i.c. communities) zichtbaar worden gemaakt. Deze procedure toegepast op het volggedrag op Twitter door journalisten kunnen negen communities worden onderscheiden, drie nationale en zes regionale journalistieke gemeenschappen (zie tabel).

communitiesOp zich zijn deze communities niet erg verrassend, maar het zijn wel indicaties van algemene netwerkfenomenen: “homophily” en “propinquity”. “Network homophily” wil zeggen dat mensen (i.c. journalisten) elkaar op basis van gelijkenis opzoeken, onderlinge relaties opzetten. “Homophily” wordt kernachtig samengevat door gezegden als “soort zoekt soort” of “birds of a feather flock together”. Het andere fenomeen – “propinquity” – verwijst vooral naar de geografische cq nabijheidsdimensie van “homophily”: attractie door de nabijheid tot elkaar. Dit zien we vooral terug in de regionale dimensie, maar ook dat journalisten vooral elkaars directe collega’s binnen de eigen nieuwsorganisatie volgen op Twitter.
Zoals gezegd, deze communities zijn niet verrassend vanuit een menselijk perspectief. Vanuit een professioneel perspectief zou misschien verwacht kunnen worden dat journalisten zich breed oriënteren op bronnen, niet slechts op de lokale gemeenschap. Deze resultaten laten vooral nog zien dat het moeilijk is je te onttrekken aan deze hechte gemeenschappen die vooral regionaal en organisationeel georganiseerd zijn, ook als professional.

“The rich get richer”, of toch niet: de “power-law” in journalistieke netwerken?

Een ander fenomeen dat de laatste jaren in de belangstelling staat is de “power-law” verdeling van de indegree (het aantal volgers), ook wel bekend als de “the rich get richer”: websites (of andersoortige nodes) die populair zijn om naar te linken krijgen later onevenredig meer links dan minder populaire websites (zie Barabási & Albert, 1999). Google, Facebook zien hier ultieme voorbeelden van. Ik vroeg mij af of dit fenomeen zich ook voordoet onder journalisten: worden populaire journalisten onevenredig veel meer gevolgd dan minder populaire journalisten. Dat bleek echter niet het geval: journalisten laten zich blijkbaar niet zomaar leiden door wat anderen op Twitter als aanbevelenswaardig vinden om te volgen. Er zijn natuurlijk wel journalisten die “buitensporig” populair zijn onder journalisten. Zo zijn Bert Wagendorp (Volkskrant), Eelco Bosch van Rosenthal (NOS), Sylvia Witteman (Volkskrant), Rob Wijnberg (NRC.Next), Erik Mouthaan (RTL), Sascha de Boer (NOS), Jos Heymans (RTL), en Philip Remarque (Volkskrant) extreem in trek onder Twitterende journalisten.

Structuren van Twitternetwerken en de gevolgen voor informatieverspreiding

Het netwerk van deze groep journalisten zeer goed onderling verbonden. In potentie kan informatie direct of indirect 89,2% van de journalisten bereiken. Of dat daadwerkelijk gebeurt is vooralsnog de vraag, zeker als rekening wordt gehouden met de sterk onderling verbonden journalistieke gemeenschappen. Binnen deze gemeenschappen zal informatie snel worden gedeeld. Er kleeft mogelijk ook een minder positieve kant aan deze snelle informatiedeling. Zo kan door de sterke onderlinge verbondenheid, in combinatie met de snelheid van Twitter, een voedingsbodem worden gelegd voor het ontstaan van hypes alsook het creëren van zgn “echo chambers” waar iedereen elkaar napraat (of beter: retweet). Het risico is dat alternatieve, conflicterende of nuancerende informatie moeilijker de kans krijgt onder de aandacht van journalisten te komen. Dit zal niet dagelijks aan de orde zijn, maar er zijn situaties denkbaar – zoals die waar tijdsdruk bestaat – waar dat wel het geval kan zijn. Gelukkig is Twitter niet de enige nieuwsbron die journalisten gebruiken.

De engelstalige studie is te vinden op de site van Social Science Computer Review.

http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/digg_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/delicious_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/technorati_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/google_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/myspace_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/facebook_32.png http://blog.mauricevergeer.nl/wordpress/wp-content/plugins/sociofluid/images/twitter_32.png

Published by

Maurice Vergeer

I am Maurice Vergeer, working at Communication Science department of the Radboud University Nijmegen, in the Netherlands.